50 JAAR
NV Bergkwartier

Sandrasteeg 8

De Proosdij- Sandrasteeg 8

Dit is het oudste stenen huis van Nederland, gebouwd omstreeks 1130 en heet De Proosdij. Het is opgebouwd uit trachiet en tufsteen; dat was in die tijd erg kostbaar en werd alleen maar gebruikt voor kerken, stadsmuren en openbare gebouwen. De meeste huizen in de stad waren toen van hout en leem, bedekt met stro en riet. De Proosdij is aangevuld met bakstenen die pas vanaf begin 13e eeuw weer in gebruik kwamen.

Om te begrijpen waarom dit pand is gebouwd is een beetje geschiedenis nodig:
rond het jaar 900 vluchtte de bisschop van Utrecht voor de plunderingen van de Vikingen naar Deventer; daar voelde hij zich veilig. Met hem kwamen ook de handelaren mee die Deventer een impuls gaven op handelsgebied. De bisschop van Utrecht kreeg van de Duitse keizer Hendrik II omstreeks het jaar 1046 ook de bestuurlijke zeggenschap over het gebied Overijssel, Drenthe en een deel van Groningen; waar Deventer ook onder viel.
De bisschop werd dus landsheer; hij kreeg ook het tolrecht, de muntslag en de rechtsmacht van Deventer. Hij bouwde naast de Lebuïnuskerk zijn bisschoppelijke hof ( de Palts). Dit hele gebied rondom de Kerk was geestelijk gebied en daar had het stadsbestuur met hun wereldlijke kijk op het leven helemaal niets over te zeggen. Hier heerste de immuniteit. Je kunt dat zien zoals het Vaticaan functioneert binnen de stad Rome met hun eigen regels en wetten.

De Proosdij is gebouwd als een poortgebouw, de muren zijn wel 1,6 meter dik en had oorspronkelijk een defensieve functie.
De poort zelf is tijdens restauratiewerkzaamheden in de jaren 90 teruggevonden, dat was een geweldige verrassing. Het gebouw gaf de toegang tot het afgesloten en ommuurde kerkelijke gebied en heeft later -2e helft 12 eeuw- ook gediend als woonhuis van de Proost. De Proost was de plaatsvervanger van de bisschop, het hoofd van het Kapittel, hij beheerde alle bezittingen van de Kerk. Het Kapittel bestond uit kanunniken, priesters die actief waren bij het koorgebed van de Lebuïnuskerk.
Als je nu door de voordeur naar binnen stapt van de Proosdij dan daal je middels een trap ca. 1,5 m. naar beneden; dit was dus in de Middeleeuwen het straatniveau. Je moet je voorstellen dat in die tijd al het afval, uitwerpselen en nog veel meer rotzooi op straat werden gegooid. Een straat was toen nog niet bestraat, het bestond uit zand waar al het vee en ook al het ongedierte, zoals ratten overheen liepen. Eigenlijk was het een open riool en iedere keer werd het vuil geplet en werd er nieuw zand overheen gegooid; dat verklaart het huidige hoogteverschil. Misschien komt daar wel de uitdrukking “zand erover” vandaan ?

Een andere uitdrukking uit die tijd is misschien “dat kan niet door de beugel”. Het vee was onderdeel van het huis waarin men gezamenlijk leefden. Ganzen, kippen, varkens, geiten, ezels, honden; alles liep vrij over de zandpaden. Het stonk verschrikkelijk in de stad en er moest iets gedaan worden. Een stijgbeugel moest uitkomst bieden: al het vee dat eronder door kon mocht in de ommuurde stad blijven. Al het vee dat niet door de beugel kon, en dus te groot was, werd buiten de stadmuren geplaatst. De stijgbeugel zie je aan de rechterzijde.

En waarom heet het deze steeg de Sandrasteeg ?
De Proosdij als gebouw is in de loop der eeuwen uitgebouwd en verbouwd. In de 17e eeuw kocht luitenant-gouverneur van de Overijsselse garnizoenen Hendrick de Sandra een huis op nr. 4. Hendrick is in 1619 geboren te Amsterdam en was een succesvol koopman. Later koos hij voor een militaire loopbaan en kwam zo in Deventer terecht waar hij gouverneur werd van de vesting Deventer. Later kocht hij ook de Proosdij aan.
De naam Sandrasteeg is naar hem vernoemd. Daarvoor heette deze doorgang “Achter het Papenklooster”.

Beroemde mensen zijn verbonden aan De Proosdij. De Spaanse hertog Alva logeerde er op 2 juli 1568. Prins Maurits heeft er verbleven tijdens zijn strijd om Deventer uit Spaanse handen te krijgen (Beleg van Maurits 1591). In 1669 werd de Proosdij verkocht en kwam het pand in handen van de familie Jordens en daarna van de familie Doorninck. Doorninck was burgemeester van Deventer (1773-1787) en hij liet het pand verfraaien.
Omstreeks 1870 volgde de splitsing van de panden.

Het pand is door het NV Bergkwartier gerestaureerd in 1992-1994.
NV Bergkwartier heeft hiervoor de prestigieuze Europa Nostra prijs ontvangen. Het aangebrachte kunststof dak boven de steeg geeft aan dat er in de jaren 90 “zure regen” was en de middeleeuwse muren moesten beschermd worden.
Als je nu via de ingang van de achtergelegen Bibliotheek naar de “stilte ruimte” gaat zie je de prachtige buitenmuur van de Proosdij in haar volle glorie. Als stenen toch eens spreken konden ………………
Nu bijna niet meer voor te stellen met de kennis die we nu hebben, maar in de 70 er jaren was de Proosdij een kraakpand en is het pand vele jaren verwaarloosd geweest totdat men het besef kreeg dat dit toch wel een heel uniek gebouw moet zijn geweest.